Tehara en Lewaja: De lijkwassing

De rituele lijkwassing of tehara, waarbij het lichaam met water gereinigd wordt onder het uitspreken van speciale gebeden, wordt verricht door een groep leden van de eigen gemeente, de tehara commissie.

Na de wassing wordt de overledene speciale, door de vrouwelijke medeleden van de gemeente gemaakte doodsklederen aangetrokken, tachrichien genaamd. De naaste familieleden wordt soms als laatste eerbetoon in de gelegenheid gesteld de sokken, behorende bij de lijkkleding aan te trekken.

Volgens de Joodse traditie dient men zo spoedig mogelijk tot begraving over te gaan. Het is niet eerbiedig het lichaam te lang boven de grond te laten.

De begrafenis
De begrafenis, of lewaja vindt plaats op een van de Joodse begraafplaatsen in Zeeland te Middelburg, Vlissingen of Goes. Iedere overledene wordt in een zelfde eenvoudige houten kist begraven. De kist wordt op een baar geplaatst in het bij de begraafplaats gelegen gebouwtje, het metari huisje. Hier kunnen familieleden en vrienden de aanwezigen toespreken. Ook wordt een rede gehouden door de Rabbijn, de grafrede of hesped. Hierna wordt de kist door de aanwezige mannelijke familieleden en leden van de Joodse Gemeente naar het graf gedragen. Hierbij wordt een psalm uitgesproken door de Rabbijn.

Bij het graf wordt de kist met touwen neergelaten, waarna de aanwezigen, meestal alleen de joodse mannen, het graf zelf dichten. Door de kinderen van de overledene wordt het speciale kaddisj gebed uitgesproken.

Hierna drinkt men met de naaste verwanten vaak een kopje koffie en eet men brood met ei. Het ei symboliseert het leven, dat ondanks het heengaan van de dierbare weer verder gaat.

Een chronologische lijst van de graven op de
asjkenazische en op de sefardische begraafplaats zijn te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Joodse Genealogie.
tray button
play pause